|
Bij het samengaan van twee scholen van
verschillende geloofsovertuiging, maar met een gemeenschappelijke
grondslag, die moeten groeien naar een eenheid met een eigen
identiteit, past een naam die uitdrukking geeft aan het karakter van
de nieuwe school.
Kenmerkend moet zijn de oecumene, waardoor het gemeenschappelijke
benadrukt wordt. De samensmelting van een katholieke school met een
protestants-christelijke stelt hoge eisen aan een oecumenische
gezindheid van de school en van de medewerkers in die school.
Kenmerkend voor een christelijke school is ook de in praktijk
gebrachte zorg voor de kwetsbare medemens.
De missie van de school is o.a. het bijdragen
aan de ontwikkeling van jonge mensen tot christelijke wereldburgers
in een mondige en geseculariseerde 21ste eeuwse maatschappij. Een
visie op dit moderne christelijke mensbeeld draagt de school uit en
de naamgeving van de school moet daarnaar verwijzen.
Deze drie aspecten vinden we overtuigend in de mens Dietrich
Bonhoeffer
aanwezIg.
|
Zijn oecumenische contacten heeft
Bonhoeffer opgebouwd in zijn Londense periode. Zijn activiteiten
richtten zich vooral op de Anglicaanse kerk en werden later
uitgebreid tot de Scandinavische landen. De katholieke kerk
hield zich toen nog afzijdig van de oecumenische beweging en
zocht pas veel later, onder kardinaal Willebrands, enige
toenadering.
Bonhoeffer streefde naar een christendom, dat teruggaat naar de
beleving van de eerste christengemeenten van onze jaartelling,
waar nog geen scheiding der geesten had plaats gevonden. In zijn
Seminarie creëerde hij een leefgemeenschap naar het voorbeeld
van de eerste christenen, die met een sterk geloof ook leefden
in een hen omringende vijandige wereld. |
 |
Na de schokervaring door zijn contact
met de ellende van het zwarte proletariaat in Harlem, New York,
wilde Bonhoeffer predikant worden in het verpauperde oostelijke deel
van Berlijn. Dat werd hem geweigerd, maar hij deed op eigen
initiatief pastoraal werk onder de werkloze, soms zeer gewelddadige
jongeren aan de onderkant van de samenleving. Hij gaf zijn werk aan
de Universiteit op en ging als predikant in Londen werken voor de
Duitse gemeente, die in achterstandswijken woonde. Bonhoeffer kwam
in woord en daad steeds op voor alle slachtoffers van de
maatschappelijke orde tijdens het Hitlerregime, vooral voor de Joden.
In de gevangenis was niet de officiële gevangenispredikant, maar
Bonhoeffer de steun en toeverlaat van zijn lotgenoten en zijn zorg
ging vooral uit .naar wie er het ergst aan toe zijn.
Bonhoeffer aanvaardt de secularisatie van het moderne leven. De
mens is
steeds mondiger geworden mede door de ontwikkeling van de wetenschap.
De mondige mens moet zelf beslissen, zelf handelen, draagt een eigen
verantwoordelijkheid, die hij niet kan afschuiven op God, Kerk of
Staat.
God is niet een "ingrijp-God", als de mens in nood is of geen
oplossing meer weet. Geloven is het zich in dienst stellen van het
rijk van God en van de gerechtigheid in een voortdurende
dienstbaarheid aan de medemens. Geloven betekent het deelnemen aan
het zijn, het lijden van Christus.
God openbaart zich in de nederigheid, in het lijden, in de onmacht.
De
christen is de mens, die geroepen is het lijden van God in deze
wereld mede te lijden, een navolging van Christus.
|